Emmen is een gemeente waar mensen steeds opnieuw bouwen aan hun toekomst. Dat zie je zelfs terug in de namen van plaatsen zoals Nieuw-Amsterdam, Nieuw-Dordrecht en Nieuw-Weerdinge. Al generaties lang komen mensen naar deze regio om hier een nieuw bestaan op te bouwen. Onze gemeente heeft veel sterke kanten. Er is werk, er zijn mooie natuurgebieden en mensen kijken naar elkaar om. Het noaberschap – elkaar helpen en ondersteunen – is nog steeds belangrijk in Emmen. Tegelijk zijn er ook uitdagingen. Het is niet voor iedereen makkelijk om een betaalbare woning te vinden. Sommige voorzieningen staan onder druk. En ook in onze gemeente moeten we sneller werken aan een duurzame toekomst. GroenLinks wil dat Emmen een gemeente is waar iedereen goed kan wonen, werken en leven. Waar mensen zich thuis voelen, waar we eerlijk omgaan met elkaar en waar we investeren in een groene toekomst. In dit programma laten we zien hoe we dat willen doen. We kiezen voor een gemeente die groen, sociaal en rechtvaardige is. Samen kunnen we bouwen aan een nieuw hoofdstuk voor Emmen.
Een sterke gemeente begint in de buurt. In wijken en dorpen waar mensen minder kansen krijgen, zoals Angelslo of Emmermeer, wil GroenLinks Emmen een gebiedsgerichte aanpak. Dat betekent: goed kijken wat daar nodig is en passende ondersteuning bieden. Niet één oplossing voor iedereen, maar maatwerk per wijk of dorp.
GroenLinks Emmen wil dat de gemeente inwoners altijd benadert vanuit vertrouwen. Niet vanuit wantrouwen of regels op afstand, maar met aandacht voor de menselijke maat. Achter elk dossier zit een mens met een eigen verhaal. Die persoonlijke situatie mag nooit uit het oog verdwijnen.
De biodiversiteit staat vooral op akkers en in weilanden onder druk. Meer bloemenranden geven bijen en andere bestuivers meer kans om te overleven. Daarom willen wij dat de gemeente samen met de provincie boeren stimuleert om akkerranden in te zaaien met bloemen. Ook moet de gemeente het eigen maai- en zaaibeleid aanpassen om de biodiversiteit te versterken.
Het Bargerveen is het laatste restant van hoogveen in onze gemeente. De gemeente moet het beschermen en versterken. Dit gebied is uniek en kwetsbaar. Daarom is het nodig dat de waterberging vergroot wordt en er maatregelen genomen worden om de stikstofuitstoot terug te dringen. Zo blijft het gebied behouden voor toekomstige generaties.
Wij willen dat de gemeente zuinig omgaat met grondstoffen op alle terreinen waar zij invloed op heeft. Of het nu gaat om woningbouw of winkelbeleid: grondstoffen mogen niet eindigen als afval of vervuiling. De gemeente moet zo snel mogelijk voldoen aan de Europese doelen van 60 procent recycling van huishoudelijk afval in 2030 en 65 procent in 2035.
Wij willen dat de gemeente doorgaat met het versterken van het kernwinkelgebied. Leegstaande winkelpanden buiten de kern willen wij ombouwen tot woningen. Zo zorgen we voor meer levendigheid in de binnenstad.
Wij willen dat bedrijven in Emmen sneller overstappen op schone energie. Om netcongestie (een overvol stroomnet waardoor nieuwe aansluitingen niet mogelijk zijn) tegen te gaan, moet de gemeente samenwerking tussen bedrijven in energiehubs stimuleren. Op het GETEC-terrein in Emmen gebeurt dit al. In een energiehub stemmen bedrijven hun stroomgebruik op elkaar af en wekken zij zo veel mogelijk zelf energie op.
Openbaar vervoer is een belangrijke publieke voorziening. Wij willen dat alle wijken en dorpen goed bereikbaar zijn. Daarom moeten er weer vaker stadsbussen gaan rijden. Ook willen wij dat het openbaar vervoer tussen de dorpen en Emmen wordt versterkt en dat er meer ov-hubs komen, zodat overstappen makkelijker wordt en voorzieningen bereikbaar blijven. Wij willen vol inzetten op de Nedersaksenlijn om de bereikbaarheid van onze gemeente te verbeteren.
Wij willen dat bij de inrichting van dorpen en wijken het STOMP-principe leidend wordt. STOMP staat voor: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteitsservices (deelauto’s en taxi’s) en als laatste de Privé-auto. Dat betekent dat we eerst ruimte geven aan voetgangers, daarna aan fietsers, vervolgens aan openbaar vervoer en deelvervoer, en pas daarna aan de auto.