Onderwerp van de motie was gratis toegang voor kinderen tot en met 12 jaar naar de Emmer musea, zoals het Smalspoormuseum en het Van Goghmuseum. Simpelweg werd gezegd dat er wel andere manieren zijn om kinderen te laten kennismaken met musea, daarbij vergetend dat met vier personen de toegang toch snel een heel bedrag is.
Het geld dat beschikbaar gesteld wordt in de Cultuurnota kwam grotendeels terecht bij de  “Big Four”: het Atlastheater, “Diep” (oftewel het CBK), Facet (oftewel de bibliotheek) en Loods13 … 

Het belang dat kinderen moeten kennismaken met de geschiedenis van onze streek, laat zich vooral zien in de streek achter Erica bij Weiteveen en Bargerveen: het Amsterdamse Veld. Daar vonden de eerste industriële activiteiten van Emmen plaats in de twintiger jaren van de vorige eeuw. De installaties die toen gebruikt werden staan en liggen daar allemaal nog en horen zeker tot ons Drentse industriële erfgoed. 
Zou de koning aan die Amsterdammers gedacht hebben die bijvoorbeeld het Dommerskanaal groeven, toen hij op Koningsdag die trotse boodschap “Hier kom ik weg” overnam? Zou hij zich er iets bij voorgesteld hebben toen hij dat zei? Zag hij de arbeiders in gedachten zwoegen met bloed, zweet en tranen?

Dat verhaal van “Hier kom ik weg” is de moeite waard om aan kinderen te vertellen, de verhalen over de geschiedenis van dit gebied.
Een gemiste kans dus om met gratis toegang meer kinderen kennis te laten maken met wat de musea rondom Emmen te bieden hebben.